Ik deed een FTP test

Eerder deelde ik al dat ik ga beginnen aan een trainingsschema. Nu de FTP test erop zit, is het echt tijd om aan de slag te gaan. Aanstaande maandag, staat mijn eerste training op de planning. Ik doe deze tijdens de Fietsvrouwen Zwift Ride.

FTP test zwift

Voorafgaand aan mijn eerste training deed ik mijn eerste FTP test ooit. In dit artikel geef ik je een aantal tips voor het testen en het begin van het trainingsschema. 

Voordat ik aan het Trainingsschema kon beginnen, deed ik eerst een FTP test. Dit is een 20 minuten durende test om te bepalen welk vermogen ik een uur kan volhouden. Omdat ik wil trainen op vermogen en al eerder een VO2Max test (om mijn maximale hartslag te bepalen) heb gedaan, koos ik ervoor om een FTP test te doen. Ondanks dat ik op vermogen wil trainen, vind ik het wel fijn om mijn hartslag in de gaten te houden. Daarom gebruik ik mijn Garmin hartslagband. Wanneer je geen vermogensmeter op je fiets hebt, is deze band ook handig, want dan kun je je trainingen op hartslag doen. 

Kalibreren

De FTP test heb ik uitgevoerd op mijn Tacx Flux 2 via Zwift. Om ervoor te zorgen dat de trainer optimaal werkt, is het verstandig deze eerst te kalibreren. Het wordt aangeraden om dit ongeveer elke maand te doen en je voor elke Tacx fietstrainer kun je dit doen via de Tacx app.  Zelf was ik dit vergeten, maar het geeft een groot verschil! 

De FTP test (Functional Threshold Power)

De test startte met een warming-up. Zwift gaf aan hoeveel watt ik moest trappen en mijn Tacx Flux 2 paste de weerstand hierop aan. Na 20 minuten bouwde het wattage zich trapsgewijs op en deed ik een aantal intervals. Zelf zat ik geregeld boven of onder het gevraagde wattage. Ik vond het dus best lastig om het vermogen te blijven trappen dat werd gevraagd! 

Na de trapsgewijze warming-up kreeg ik een paar minuten om te herstellen, bouwde ik weer 5 minuten op en vervolgens kreeg ik nog 10 minuten om te herstellen. Na deze 10 minuten begon de ‘echte’ test. De fietstrainer paste vanaf nu niet meer automatisch de wattages aan: ik moest laten zien hoe hard ik echt kon trappen!

Over het indelen van de 20 minuten zijn de meningen verdeeld. De ene persoon zegt dat het handig is om rustig op te bouwen en steeds iets harder te fietsen. Een ander zegt dat je juist de eerste vijf minuten zo hard mogelijk moet fietsen en daarna een tempo moet zoeken dat je de overige minuten vol kunt blijven houden. Zelf ging ik redelijk hard van start, maar probeerde ik toch geleidelijk op te bouwen. Helaas kon ik dat tempo geen 20 minuten volhouden: de kramp schoot in mijn kuit en ik werd enorm misselijk. Doordat dit voor mij de eerste keer was, wist ik niet zo goed wat ik moest verwachten en hoe ik er het optimale uit kon halen. Een heel voldaan gevoel achteraf had ik dus niet. Nu probeer ik het te zien als een startpunt en ben ik benieuwd hoe het de volgende keer gaat! 

Over de schrijver
Hi, ik ben Kirsten. Eigenaresse van Fietsvrouwen.cc. Sinds 2017 ben ik begonnen met wielrennen en deel ik mijn avonturen op de fiets. Fietsvrouwen is mijn grote passie!